Het vervolgverhaal

Een vervolgverhaal in tenminste 5 delen, waarin bij nader inzien niets besproken wordt maar slechts een hoop onzin uitgekraamt (d / dt).
Wat gebeurde in de vierde aflevering (januari 1999)?

Marloes en haar mama waren bij de Vette Hap BV ZV NV gaan eten. Toen zij dit kwalutarieja verlieten, verloren zij het bewustzijn en werden wakker in het Tweestedenziekenhuis. Wat was er gebeurd…..??

Op het moment dat Marloes en haar moeder de deur van de Vette Hap uitstapte, reed er net een auto voorbij. Het was een groen soort busje en de walm die er af kwam was verschrikkelijk. Marloes en haar moeder konden de stank niet aan en vielen flauw. Een oplettende wijk-contactpersoon-functionaris (wat vroeger wijkagent heette), lette dus op en zag de twee dames liggen. Hij belde gelijk de ambulance, na eerst een foto te hebben gemaakt voor thuis.
Eenmaal in het ziekenhuis aangekomen waren de dames weer een beetje bij hun positieven. Ze waren zelfs zo positief dat ze de polonaise begonnen te lopen, gingen jongleren met allerlei medische apperatuur en kusjeskring deden met de andere patienten. Helaas waren de andere patienten grotendeels aan het wachten op hun behandeling voor zweren…..
Na dit ontdekt te hebben gingen Marloes en haar moeder er als een haas vandoor. Het was dan ook niet verwonderlijk dat ze door een jager werden neergeschoten en ze weer in het ziekenhuis terechtkwamen.
Na 40 dagen en nachten vonden de heren doktoren dat ze wel lang genoeg in het ziekenhuis hadden gelegen en ze werden de straat opgestuurd.
Ze zagen dat het een hele tijd geregend had. Op een gegeven moment zagen ze twee duiven vliegen en toen dachten ze: ‘volgens mij zitten we in een verkeerd verhaal’. Maar dat was niet zo want in dat andere verhaal met die ark waren het witte duiven en dit waren twee blauwe Tigris-duiven.
Ze liepen dus maar weer naar huis. Ruimden daar de rotzooi op die de sprinkler-installatie de vorige aflevering had veroorzaakt. Toen ze toch bezig waren wilden ze gelijk doorgaan met behangen en zo gezegd zo gedaan. De kerstboom werd behangen met versierseltjes, Marloes werd versierd door de kerstman en haar moeder kreeg een vreemde, maar hartstochtelijke affaire met Rudolf het rendier met de rode neus.
Na het behangen was het tijd voor het verhangen en kregen de foto’s, de klok en de schilderijen een ander plaatsje. Na verhangen uiteraard het ophangen, van de posters, de slingers en van Vader A.
Na het behangen, verhangen en ophangen mag gerust worden geconcludeerd worden dat Marloes en haar moeder hangjeugd waren. Ze hingen rond in het winkelcentrum, rond het winkelcentrum en bij het winkelcentrum. Bij het winkelcenrum hing ook altijd iemand rond die, naar het zich liet blijken, geen vaste woon- of verblijfplaats had. In feite is deze zin een ‘contradictie in terminis’ (of iets in die buurt), wat betekent een eeuwigdurende tegenstelling. Immers hij had wel degelijk een verblijfplaats, want hij verbleef altijd in de buurt van het winkelcentrum. Net als Marloes en haar moeder.
Na dit stukje bladvulling is het tijd voor een echte cliff-hanger (weer dat hangen he), dus daar komt ‘ie:
Marloes liep eens door het winkelcentrum te dwalen. Haar moeder was er niet bij want die was thuis de was aan het ophangen. Marloes zag plots een vreemde gestalte naderen. Wie het was en wat hij deed? Lees het volgende deel of schrijf je eigen vervolg!! Heb je een leuk idee om het vervolgverhaal te vervolgen, lever dan je idee in bij de redactie. Ga door naar deel 6 van het vervolgverhaal Terug naar de uitgave van oktober 1999