| Ze zeggen dat de doden eens weer terug zullen komen. Het is niet te hopen voor onze dokter!! |
| In Utrecht lopen drie medisch studenten (eerstejaars) door de stad. Voor hen loopt een mannetje met krampachtige passen over straat. De studenten krijgen samen een discussie over wat het mannetje, gezien zijn moeilijke lopen, zou kunnen mankeren. Nummer een denkt aan ischias, terwijl de tweede op reumatiek houdt en de derde zeker weet dat de man lijdt aan spit. Uiteindelijk besluiten ze het de man zelf te vragen. "Ischias, spit, reumatiek? Nee heren, u heeft het alle drie bij het verkeerde eind, net als ik zelf. Ik dacht namelijk dat het een scheet was, maar het was een hoop stront." |
| Een gek komt bij de dokter omdat hij denkt dat hij een rookworst is. Een uur later : dokter: wat ben je nu dus niet? Man: ik ben geen rookworst. dokter: goed zo, en ga nu maar naar huis. 10 minuten later komt de man de spreekkamer van de dokter weer binnenrennen en riep: Ik kwam een hond tegen! Dokter: Maar je weet toch dat je geen rookworst bent? Man: Ja ik wel, maar die hond niet! |
| Een vrouw gaat naar de tandarts en weet dat een kies gevuld moet worden.
Op het moment dat de tandarts, met de boor in de hand, zich voorover buigt
grijpt de vrouw hem in zijn kruis.
Ze zegt: "We gaan elkaar toch geen pijn doen tandarts?" |
| Komt een man bij de dokter en zegt: "Dokter, U moet me helpen, ....ik vergeet alles meteen!". Zegt de dokter: "Heeft U dat al lang?", waarop de man zegt: "Wat?". |
| Komt er een man bij de dokter. Hij voelt zich niet zo lekker en vraagt de dokter om een uitgebreid onderzoek. Na veertien dagen moet hij terug komen voor de uitslag. De dokter kijkt hem serieus aan en zegt "ik heb goed nieuws en ik heb slecht nieuws". Nou zegt die man doe eerst het slechte nieuws maar. "Nou u hebt helaas aids". Oh jee zegt hij wat kan dan het goede nieuws nog zijn. U hebt ook de ziekte van Alzheimer dus morgen bent u het slechte nieuws alweer vergeten. |
| Er was eens een oud manneke en dat ging naar de dokter met het volgende
probleem. Oud manneke : dokter, ik heb een probleem. Dokter : ha ja, vertel
het maar eens. Oud manneke : awel, elke morgen om acht uur moet ik gaan
schijten. Dokter : ho maar, dat is toch zeer goed, een man van uw leeftijd
met een zo regelmatige stoelgang, dat doet mij plezier. dat is toch geen
reden tot klagen ! Oud manneke : jawel hé meneer doktoor, want ik
moet wel elke dag om acht uur schijten, maar ik word
pas om half negen wakker ! |