Conclusie
   
 
  1. Hoe hebben de Azteken zo'n groot rijk kunnen opbouwen, terwijl ze niets hadden?
  2. Hoe hebben ze het voor elkaar gekregen dat het rijk volop in bloei is komen te staan en een tijd lang zo is gebleven?
  3. Hoe komt het dat het rijk ten onder is gegaan, en wel in zo'n korte tijd, terwijl niemand dat had verwacht?
  1. De Azteken hadden zich gevestigd op de eilandjes in het Texcoco-meer, waar de grond juist heel vruchtbaar was. Het belangrijkste middel van bestaan werd voor de Azteken de akkerbouw. Deze kwam op een hoog peil te staan: men paste irrigatie en bemesting toe en kende meer dan 20 gewassen, waaronder een aantal in de rest van de wereld onbekende gewassen zoals maïs, aardappelen, cacao, tomaten en tabak. Ze hielden kippen en kalkoenen om te eten en voor de eieren en in het Andesgebied hield men ook lama's, vooral voor de wol. Zo hielden ze zichzelf in leven. Ze hebben hun rijk kunnen uitbreiden dankzij de handel, want door handel te drijven met andere volkeren zijn de Azteken destijds zo rijk geworden.

  2. Toen de Azteken zich eenmaal in het Texcoco-meer gevestigd hadden en dus een eigen plaats hadden om te leven, bleek hun samenleving een opvallend kenmerk te hebben: het had een hoge graad van organisatie. Dit heeft ertoe bijgedragen dat het rijk groot en welvarend is geworden en ook een tijd lang zo is gebleven. De organisatie zat op deze manier in elkaar:
    • Aan het hoofd stond een vorst, die als een god werd vereerd. De Azteekse vorsten werden bijgestaan door een Raad van Vier.
    • Onder de vorst en zijn Raad stonden de bestuurders van de steden en daaronder de bestuurders van de wijken.
    • Ambtenaren regelden allerlei openbare taken, zoals de bouw van tempels en paleizen, de aanleg en het onderhoud van bruggen, wegen en pakhuizen en de inning van belastingen.
    • Er bestond dienstplicht voor de burgers, maar de bestuurders, ambtenaren en priesters waren hiervan vrijgesteld.
    • Kooplieden, handwerklieden en boeren waren verplicht om goederen te leveren of werk te verrichten ten behoeve van de overheid en de geestelijkheid. Dit kwam neer op een vorm van belasting.
    Verder kwam het bestuur vanuit één punt, de hoofdstad, en ging de bemoeizucht van de overheid heel ver. Alles werd van bovenaf voorgeschreven, zelfs hoeveel potten de mensen in huis mochten hebben en welke kleren ze wel en niet mochten dragen. Overigens zorgde de overheid beter voor zijn onderdanen dan de Europese overheden in die tijd en werden er voor de magere jaren voedselvoorraden aangelegd, zodat er bijna nooit een echte hongersnood heerste.

  3. De Azteken hadden ook een groot en goed georganiseerd leger, zodat het rijk zo goed als niet overwonnen kon worden, maar zelf wel konden winnen. Hoe was het dan mogelijk dat zo'n groot rijk met tientallen miljoenen inwoners en zulke sterke legers, zo snel door zo weinig Spanjaarden werd vernietigd?

    Daar zijn drie belangrijke oorzaken voor te vinden:

    • Ten eerste was er sprake van een soort "schokeffect": plotseling kwamen er vreemde mannen op paarden, met "dondermachines" en schepen zo groot als bergen aan land. Dit kenden de Azteken niet en de mannen werden als goden binnengehaald.
    • Ten tweede hadden de Spanjaarden veel betere wapens en kregen zij hulp van vele andere Mexicaanse volkeren, die de Azteken niet konden uitstaan vanwege hun mensenoffers en die graag hielpen om de Azteken te verslaan. Hier konden de Azteken niet tegenop.
    • Ten derde brachten de Spanjaarden ziekten mee uit Europa waar de Azteken niet tegen bestand waren, zoals de pokken, mazelen en andere ziekten. Na de verovering werden alle rijkdommen naar Spanje gebracht en de rest werd compleet vernietigd... Dit was het einde van het Azteekse rijk!