| |
- Hoe hebben de
Azteken zo'n groot rijk kunnen opbouwen, terwijl ze niets hadden?
- Hoe hebben ze
het voor elkaar gekregen dat het rijk volop in bloei is komen te staan
en een tijd lang zo is gebleven?
- Hoe komt het dat
het rijk ten onder is gegaan, en wel in zo'n korte tijd, terwijl niemand
dat had verwacht?
-
De Azteken hadden zich gevestigd op de eilandjes in het Texcoco-meer,
waar de grond juist heel vruchtbaar was. Het belangrijkste middel van
bestaan werd voor de Azteken de akkerbouw. Deze kwam op een hoog peil
te staan: men paste irrigatie en bemesting toe en kende meer dan 20
gewassen, waaronder een aantal in de rest van de wereld onbekende gewassen
zoals maïs, aardappelen, cacao, tomaten en tabak. Ze hielden kippen
en kalkoenen om te eten en voor de eieren en in het Andesgebied hield
men ook lama's, vooral voor de wol. Zo hielden ze zichzelf in leven.
Ze hebben hun rijk kunnen uitbreiden dankzij de handel, want door handel
te drijven met andere volkeren zijn de Azteken destijds zo rijk geworden.
-
Toen de Azteken zich eenmaal in het Texcoco-meer gevestigd hadden en
dus een eigen plaats hadden om te leven, bleek hun samenleving een opvallend
kenmerk te hebben: het had een hoge graad van organisatie. Dit heeft
ertoe bijgedragen dat het rijk groot en welvarend is geworden en ook
een tijd lang zo is gebleven. De organisatie zat op deze manier in elkaar:
- Aan het hoofd
stond een vorst, die als een god werd vereerd. De Azteekse vorsten
werden bijgestaan door een Raad van Vier.
- Onder de vorst
en zijn Raad stonden de bestuurders van de steden en daaronder de
bestuurders van de wijken.
- Ambtenaren
regelden allerlei openbare taken, zoals de bouw van tempels en paleizen,
de aanleg en het onderhoud van bruggen, wegen en pakhuizen en de
inning van belastingen.
- Er bestond
dienstplicht voor de burgers, maar de bestuurders, ambtenaren en
priesters waren hiervan vrijgesteld.
- Kooplieden,
handwerklieden en boeren waren verplicht om goederen te leveren
of werk te verrichten ten behoeve van de overheid en de geestelijkheid.
Dit kwam neer op een vorm van belasting.
Verder kwam het bestuur
vanuit één punt, de hoofdstad, en ging de bemoeizucht
van de overheid heel ver. Alles werd van bovenaf voorgeschreven, zelfs
hoeveel potten de mensen in huis mochten hebben en welke kleren ze wel
en niet mochten dragen. Overigens zorgde de overheid beter voor zijn
onderdanen dan de Europese overheden in die tijd en werden er voor de
magere jaren voedselvoorraden aangelegd, zodat er bijna nooit een echte
hongersnood heerste.
-
De Azteken hadden ook een groot en goed georganiseerd leger, zodat het
rijk zo goed als niet overwonnen kon worden, maar zelf wel konden winnen.
Hoe was het dan mogelijk dat zo'n groot rijk met tientallen miljoenen
inwoners en zulke sterke legers, zo snel door zo weinig Spanjaarden
werd vernietigd?
Daar zijn drie
belangrijke oorzaken voor te vinden:
- Ten eerste
was er sprake van een soort "schokeffect": plotseling kwamen er
vreemde mannen op paarden, met "dondermachines" en schepen zo groot
als bergen aan land. Dit kenden de Azteken niet en de mannen werden
als goden binnengehaald.
- Ten tweede
hadden de Spanjaarden veel betere wapens en kregen zij hulp van
vele andere Mexicaanse volkeren, die de Azteken niet konden uitstaan
vanwege hun mensenoffers en die graag hielpen om de Azteken te verslaan.
Hier konden de Azteken niet tegenop.
- Ten derde
brachten de Spanjaarden ziekten mee uit Europa waar de Azteken niet
tegen bestand waren, zoals de pokken, mazelen en andere ziekten.
Na de verovering werden alle rijkdommen naar Spanje gebracht en
de rest werd compleet vernietigd... Dit was het einde van het Azteekse
rijk!
|