De Goden
   
 

De Azteken hadden veel goden, die de macht over de natuur hadden. Ze straften met droogte, hongersnood, aardbevingen en andere rampen. De Azteken wilden hun goden te vriend houden door middel van geschenken. Het leven was het kostbaarste geschenk, dus werden er vaak mensen geofferd aan de goden. Wie waren de belangrijkste goden, op welke manier werden zij vereerd en waarom was deze verering zo belangrijk?

De Godenfamilie

De Azteken hadden veel goden overgenomen van volkeren vr hen, de Olmeken en de Tolteken. De oudste goden waren: "Twee Heer" en "Twee Dame". Zij hadden samen vier zonen. Deze schiepen al de andere goden, de wereld en de mensheid. Alle vier de zonen heetten: Tezcatlipoca ("Rokende Spiegel"). Je had:De god Quetzalcoatl

  • Rode Tezcatlipoca, ofwel Xipe Totec, wat "Gevilde God" betekent.
  • Blauwe Tezcatlipoca, ofwel Huitzilopochtli, wat "Blauwe Kolibri" betekent. Dit was de stamgod van de Azteken.
  • Witte Tezcatlipoca, ofwel Quetzalcoatl, dit betekent "Gevederde Slang".
  • Zwarte Tezcatlipoca, wat "Heer van de Nachtelijke Hemel" betekent.

Elke god zat gekoppeld aan een windrichting, aan natuurverschijnselen, een kleur, een seizoen, een dag en een maand. Iedere god had minstens n natuurkracht of menselijke eigenschap onder zijn hoede. Zo is Ixtilton bijvoorbeeld de god van de ongestoorde nachtrust en is Tlazolteotl de godin van de vuiligheid. Er waren ook nog ontelbare mindere goden waaronder tientallen masgoden.

De Verering van de Goden

De Azteken waren ervan overtuigd dat de goden alles ter wereld beheersten en kwaad werden als de Azteken niet op het goede moment de juiste rituelen uitvoerden. Ze probeerden hun goden gunstig te stemmen met offers. Bij natuurrampen waren de goden ontstemd, dus deden ze nog meer moeite om hen tevreden te stellen.

Bij het vereren van de goden namen priesters, priesteressen en astrologen een belangrijke plaats in; zij stonden op gelijke voet met de adel. Er bestonden verschillende rangen, met bovenaan de Hogepriesters van Tlaloc en Huitzilopochtli en onderaan de jonge leerlingen. Er waren wel tienduizenden priesters en astrologen. Alleen al in de tempel van Huitzilopochtli waren er 5000.

Priesters moesten om de paar uur bidden, offers brengen in de tempel en zorgen dat de heilige vuren bleven branden. Ze vastten regelmatig en moesten hun eigen bloed als offer geven door met scherpe doorns in hun tong, oren, armen of benen te steken. Ze moesten ook aan veel belangrijke rituelen deelnemen. Belangrijke priesters waren ook astronoom, maar de meeste priesters werkten in tempels. Hun belangrijkste taak was daar het organiseren van en het deelnemen aan rituelen.

De Azteken geloofden dat ze alleen door regelmatig bloed en harten van mensen te offeren, ervoor konden zorgen dat de zon bleef opkomen en ondergaan. Een mensenoffer was een offer aan de zon en moeder aarde tegelijk, als aansporing om de mensen van voedsel te voorzien. Ook geloofden ze dat de aarde plat was. Boven de aarde waren 13 hemels en eronder waren 9 onderwerelden. Als er iemand stierf, begon zijn ziel een tocht vol met beproevingen zoals de "Wind van de Messen", die het vlees van de botten afscheurde. De dode kwam in de hemel of hel terecht die het beste bij hem paste. Baby's gingen bijvoorbeeld naar de "Hemel van de Regen" (daar waren veel regenbogen). Mannen die in de strijd stierven, vrouwen die in het kraambed stierven en mensen die geofferd werden, gingen naar de allerhoogste hemel: de hemel het dichtst bij de zon.

Een Legende

Volgens een legende waren de god Quetzalcoatl en de god Zwarte Tezcatlipoca in een eeuwige strijd gewikkeld om de heerschappij van het universum, dat ze al vier keer hadden vernietigd. Na elke vernietiging bouwden de goden het weer op. De Azteken leefden dus in het vijfde universum en de mensen waren geschapen door Quetzalcoatl. Hij had de beenderen van de doden in stukken geslagen en met zijn eigen bloed besprenkeld om ze tot leven te wekken. De stukken bot verschilden van elkaar en daarom zagen ook alle mensen er anders uit.