| Het Azteekse Rijk | |
|
Dit hoofdstuk is onderverdeeld in vier belangrijke delen: In 1519 liep het Azteekse rijk in Mexico van de Atlantische Oceaan tot aan de Stille Oceaan. Deze beschaving telde zo'n 15 miljoen mensen, verdeeld over bijna 500 grote steden en dorpen en 38 provincies. Een paar van die steden waren groter en beter georganiseerd dan welke toenmalige Europese stad dan ook. De bevolking bestond uit verschillende stammen, elk met hun eigen gebieden en eigen tradities. Ze werden bestuurd door de machtigste van alle stammen: de Azteken. Als de Azteken een stad veroverden, was het niet hun bedoeling om het dagelijks leven van de inwoners te gaan bepalen. Ze wilden eigenlijk maar drie dingen:
Vijanden De Azteken veroverden vele gebieden, maar er waren een paar volkeren die ze nooit hadden kunnen overwinnen: de Tarascanen die in het westen woonden en de Tlaxcalanen, die dichterbij woonden en een grote hekel hadden aan de Azteken. Zij sloten zich uiteindelijk ook aan bij de Spaanse indringers en speelden een belangrijke rol bij de vernietiging van het Azteekse rijk. Wetten De Azteken kenden veel wetten. Voor bijna ieder onderdeel van het dagelijks leven was er een wet, zoals o.a. voor misdaad, scheiding en grondbezit. Er was geen vast wetboek, zo kon het dus voorkomen dat een wet van plaats tot plaats verschilde. Er bestonden veel wetten voor het in stand houden van het klassenstelsel. Een voorbeeld hiervan is dat gewone burgers niet de katoenen kleding van de edelen mochten dragen. Andere weten beschermden de middelen van bestaan van de mensen, stelen van gewassen was bijvoorbeeld een zware misdaad en dronkenschap kon helemaal niet!
Eenvoudige strafzaken werden door plaatselijke rechtbanken geregeld. Er werd dan rechter gespeeld door oudere krijgers. Ernstigere zaken kwamen in Tenochtitlan voor, bij de teccalco rechtbank, waar meer ervaren rechters zaten. Ernstige zaken en zaken waar edelen bij waren betrokken, werden door een nog hogere rechtbank gehoord. De zitting hiervan was in het keizerlijk paleis. Straffen De Azteken kenden geen gevangenisstraf, dus misdadigers moesten op een andere manier gestraft worden. Bij kleine vergrijpen moest de schuldige de schade van de benadeelde partij vergoeden; hij moest bijvoorbeeld bij het uitlokken van een vechtpartij betalen voor de medische behandeling en beschadigde materialen vervangen. De tweede manier om gestraft te worden was door middel van slavernij. De misdadiger moest als slaaf voor de benadeelde partij werken totdat de schade dubbel was terugbetaald. Voor zware misdaden als moord, stelen op de markt, struikroverij en openbare dronkenschap, kon men de doodstraf krijgen. Als de dader nog geen strafblad had, kreeg hij een lichtere straf: zijn hoofd werd dan kaalgeschoren of zijn huis werd gesloopt. Het was een feit dat edelen strenger gestraft werden dan gewone mensen. Op welke manier werd de keizer door zijn volk behandeld en werd het volk door de keizer behandeld? Welke taken en plichten hadden zij tegenover elkaar? Toen de Azteken nog een rondtrekkend volk waren, wezen de oudere leden een leider aan. Maar naar mate de Azteken meer macht kregen was de leider niet meer zomaar een stamhoofd, maar een machtige keizer. Zijn titel was: Tlatoani, wat "Spreker" betekent. In 1519 werd de keizer nog steeds door een raad gekozen, maar het was altijd een lid van de koninklijke familie, soms een broer of soms een neef. Belangrijke functies in het rijk werden vaak door familieleden vervuld. Zo kregen ze bestuurservaring en hadden ze een goede basis voor als ze ooit tot keizer werden benoemd. De keizer beschouwde de grond en inwoners van zijn rijk niet als zijn eigendom, zoals veel Europese keizers deden. Hij beschikte over een aanzienlijke macht en het volk vereerde hem als een god. Hij was hogepriester, opperbevelhebber van het leger en had het hoogste gezag in het onmetelijke rijk. Hij verscheen zelden in het openbaar, maar als hij zich aan zijn volk toonde ging dat gepaard met groot ceremonieel. De mensen die zich op dat moment in de buurt van de keizer bevonden, moesten hun dure mantels uittrekken en eenvoudige kleding aan doen. Ook mochten ze dan geen schoenen dragen en ze moesten drie keer buigen voor de keizer. Gewone mensen mochten hem niet in het gezicht kijken. In de tijd van de Spaanse verovering was Montezuma II keizer. Hij was in 1502 keizer geworden en had toen een oude traditie verbroken: iedereen die niet van adellijke afkomst was, had hij uit het paleis laten verwijderen. De eerste 15 jaar was hij vaker weg voor oorlog, dan thuis in Tenochtitlan. Andere keizers waren:
De mensen waren over het algemeen tamelijk klein en gedrongen. Waarschijnlijk hadden alle Azteken zwart haar en donkere ogen. De sociale status werd bepaald door luxe van kleding en haarstijl. De meeste mannen hadden geen baard. De vrouwen maakten zich op met een geel poeder. De mannen beschilderden hun gezicht en hun lichaam met feesten en voor ceremoniële gelegenheden. De Azteekse samenleving was erg gelaagd. Helemaal bovenaan de top stond:
De Slavenmarkt De grootste slavenmarkt was die van Azcapotzalco. Soms werden slaven in de mooiste kleren tentoongesteld, zodat ze er op hun best uitzagen. Als ze dan verkocht waren, werden ze uitgekleed en in een houten kooi gestopt, totdat hun nieuwe eigenaar hen kwam ophalen. Nadat ze waren verkocht, hadden de slaven nog één laatste kans op hun vrijheid: als ze konden ontsnappen van het marktplein en het paleis konden bereiken, waren ze vrij. Niemand mocht een vluchtende slaaf tegenhouden, alleen de nieuwe eigenaar en diens zoon. De hoofdstad van het Azteekse rijk...een prachtige stad, opgebouwd uit het niets. Hoe zag deze stad eruit en wat maakte het zo bijzonder? Tenochtitlan lag in de Vallei van Mexico op de eilanden van het Texcoco-meer. Het lag op circa 2000 meter boven zeeniveau. Er waren tientallen kleine steden en dorpen op de oever en het meer lag vol met kano's. De reusachtige stenen tempels en grote huizen leken zo uit het water op te rijzen.Met zo'n 100.000 inwoners was het een van de grootste steden ter wereld in die tijd. Helaas is er van Tenochtitlan niets overgebleven, maar op dezelfde plaats waar ooit deze prachtige stad lag, ligt nu Mexico-stad, de huidige hoofdstad van Mexico. De Toegangswegen De modderige eilandjes werden uitgebreid doordat de Azteken duizenden houten palen als fundament in de bodem van het meer sloegen. Daarop kwamen steen en aarde voor de ondergrond van de stad. De stad en het vasteland werden met elkaar verbonden door drie hele brede dammen met doorgangen voor kano's. Deze openingen werden overbrugd door houten bruggen die konden worden opgehaald bij een aanval op de stad. De Watervoorziening De Azteken hadden twee aquaducten gebouwd. Ieder aquaduct had twee leidingen, zodat er altijd één gebruiksklaar was, als de andere werd schoongemaakt of gerepareerd. Het water kwam uit in openbare reservoirs, die verspreid in de stad lagen. Ten oosten van de stad was een 16 km lange dijk. Door sluisdeuren in die dijk kon bij overstromingen het waterniveau in het meer geregeld worden en zo kon worden voorkomen dat het ziltige water van de oostkant van het meer het zoete water rondom Tenochtitlan verontreinigde. De stad was aangelegd in een patroon van rechthoeken, gescheiden door grachten die de kano's als "weg" gebruikten en door de brede, geplaveide lanen die in het centrum bij het Tempelplein samen kwamen. Alle straten waren schoon; ze werden regelmatig geveegd en besproeid. Er waren ook openbare toiletten en er werd dagelijks afval opgehaald door grote kano's om het als mest te gebruiken op de velden. De Markt Tenochtitlan had ± 100.000 inwoners. De stad was verdeeld in vier wijken, elk met eigen tempels, scholen en markten. Aan de rand van de stad lagen de drijvende tuinen en stonde de eenvoudige, lage huizen van de armen. Meer naar het centrum stonden de imposantere woningen van de vooraanstaande burgers. In het midden van de stad lag het grote plein met de Grote Tempel, de centrale markt en Montezuma's paleis. Er was elke vijf dagen markt, waar de mensen van ver op af kwamen om spullen te verhandelen en nieuws en roddels uit te wisselen. Er was van alles te koop: eten, kleding, huiden, wapens afgezet met obsidiaan (zwart, vuursteenachtig vulkanisch glas), koperen bijlen, kano's en kruiden. Er liepen ambtenaren rond om te controleren of het stageld wel was betaald, om de kwaliteit van de goederen te keuren en om te kijken of er niet te hoge prijzen werden gevraagd. Dieven en oplichters werden ter plekke door 12 rechters berecht en als straf konden ze worden doodgeknuppeld. Het belangrijkste
religieuze gebouw in Tenochtitlan was de Grote Tempel. Hier speelden zich
de gruwelijke rituelen rond de mensenoffers af. Slachtoffers werden bij
het altaar door priesters vastgegrepen en uitgestrekt op de offersteen
neergelegd. Een priester nam een mes van obsidiaan, sneed in één keer
de borstkas open en rukte het hart eruit. Harten werden op een schaal
gelegd of opgehouden door de chacmool, een stenen standbeeld in de vorm
van een liggende man, dat voor het heiligdom van Tlaloc stond. De harten
waren het voedsel voor de goden. De Grote Tempel bestond uit vier verdiepingen en torende hoog boven de stad uit. Het was gebouwd van steenblokken die uit de bergen waren gehaald en versierd met schilderingen en beeldhouwwerk. Er was een dubbele trap die naar de top, zo'n 30 meter hoog, leidde. Geweide Heiligdommen Op de top van de tempel stond een dubbel heiligdom. Het linker heiligdom was geweid aan Tlaloc, de god van de regen en de vruchtbaarheid en het rechter was gewijd aan Huitzilopochtli, de god van de zon en de oorlog. Zij stonden voor de belangrijkste dingen in het leven van de Azteken: regen was nodig voor een goede oogst en oorlog was nodig om gevangenen te leveren voor de mensenoffers.
Iedere Azteekse leider wilde de Grote Tempel nóg groter en mooier maken dan zijn voorganger. De Tempel is zes keer herbouwd en een paar keer uitgebreid. Elke nieuwe tempel werd over de vorige heen gebouwd en was steeds nóg schitterender dan de vorige. In veel tempels zijn kamers ontdekt met offergaven. Meestal waren dit stenen beeldjes, maskers, menselijke schedels, skeletten van dieren en zeeschelpen. |
|